‘Ik zie veel kansen voor mensen met een passie voor sport’

Je droomt van een job in de sport. Maar het is niet eenvoudig om die job te vinden. In een reeks van interviews praat SPORT.Blog daarom met mensen die werken in de sport. Samen met Sportcareers vragen we naar hun #SportStory. Serge Cornelus is freelance communicatieprofessional en docent. ‘Soms zeg ik nu nog: ik weet niet wat ik later wil worden.

I have no special talents. I’m only passionately curious.’ Dit is een quote van Albert Einstein. Of Serge nog gelijkenissen heeft met de bekendste natuurkundige ter wereld, weet ik niet. Maar Einsteins uitspraak past hem als gegoten. Nieuwsgierigheid is zijn brandstof.

Serge is de derde persoon die ik interview. Na een CEO en een trainee is het nu de beurt aan een duivel-doet-al in communicatie. Scrol je door zijn cv op LinkedIn dan merk je dat hij van vele markten thuis is. Je leest zijn functietitel: Communicatieadvies | Content | Copywriting. Freelancer | Docent. Wieler - en koffiegek. Het zijn termen die tijdens ons anderhalf uur durend gesprek aan bod komen.

Geen tafelspringer

De openingsvraag ligt voor het grijpen: wat is hij nu in de eerste plaats, docent of freelancer? ‘Ik heb twee petjes op. Enerzijds ben ik voor 60% docent in de opleiding Communicatiemanagement aan Arteveldeschool in Gent en anderzijds ben ik freelance communicatiemedewerker. Dat neemt eigenlijk ook 60% van mijn tijd in beslag. Laten we zeggen dat de combinatie zorgt voor 120% werk (lacht).’

Ondertussen is het zo’n twintig jaar geleden dat hij de kans kreeg om als docent te beginnen. Hij werkte op dat moment bij het bekende reclamebureau BBDO maar de woon-werkafstand bleek een te moeilijke combinatie. De werksfeer, klanten en collega’s waren er nochtans top. Toen hij te horen kreeg dat ze een docent zochten om copywriting te geven aan Arteveldehogeschool was zijn nieuwsgierigheid gewekt. Het aard van het beestje, weet u wel.

Op zondag met mijn vader naar de koers kijken, was gewoon plezant. En de jaarlijkse kermiskoers in ons dorp vond ik ook tof maar daarom in de sportsector gaan werken? Nee, dat niet.

Laten we beginnen wij het begin. Als 18-jarige een studierichting kiezen was niet vanzelfsprekend, zegt Serge. ‘Ik had een lange lijst van studierichtingen. Geschiedenis, talen, recht, criminologie ... Uiteindelijk koos ik voor vertaler-tolk. Waarom? Wiskunde was nooit mijn sterkste vak en ik volgde dan maar het adagium dat je met talen overal terecht kon. Iets in de sport gaan doen, kwam niet in mijn gedachten. Als kind deed ik wel wat aan sport maar écht talent heb ik nooit gehad. Helaas. En behalve wielrennen was ik eigenlijk ook niet super geïnteresseerd in sport. Op zondag met mijn vader naar de koers kijken, was gewoon plezant. En de jaarlijkse kermiskoers in ons dorp vond ik ook tof, maar daarom in de sportsector gaan werken? Nee, dat niet.’

We spreken over de jaren negentig. Een tijdsgeest waarin het niet evident was om in de sportsector werk te vinden. Dat Serge voor zijn postgraduaat bedrijfscommunicatie koos, was een logische keuze voor hem. Hij denkt dat hij dat wel goed kon, vertelt hij mij. Op valse bescheidenheid betrap je hem niet, hij meent het. Serge is geen tafelspringer.

Nieuwsgierigheid boven passie

Na zijn studies vond hij snel werk bij DVN, een reclamebureau in Gent, en leerde hij zichzelf kennen. Het creatieve, conceptuele werk van reclame lag hem wel. ‘Ik herinner mij dat ik voor een klant elke dag een kleine advertentie moest maken over de Giro. Naar de koers kijken en daar een tekstje over schrijven, leuk vond ik dat. Maar ook niet meer dan dat. Misschien is daar de kiem gelegd voor later maar op dat moment kon je nog niet spreken van een passie.’

Serge zegt dat hij mensen die monomaan met iets kunnen bezig zijn, bewondert. Volledig in iets opgaan dat kan hij niet. Maar om de zoveel tijd is hij wel nieuwsgierig naar iets nieuws. Zo volgde hij ooit een cursus om barista te worden maar ondervond dat godganse dagen tussen vier muren van een coffeeshop staan, niet aan hem was besteed. Hij houdt ook van muziek en leerde dan maar saxofoon spelen. Totdat hij besefte dat zijn talent daar ook niet lag. Maar hij geniet ervan om nieuwe dingen te ontdekken. Het verrijkt hem als mens, zegt hij.

Is nieuwsgierig zijn niet gewoon een goede competentie als communicatieprofessional, vraag ik mij af. ‘In mijn job moet je inderdaad voor veel openstaan. Ik hou ervan om mijn voelsprieten op te zetten voor dingen die passeren. Geef mij een documentaire over architectuur en dat boeit mij. Ik vraag mij soms wel eens af of ik niet teveel interesses heb. Ik weet het niet. Er zijn nu eenmaal veel dingen die gewoon gebeuren, je springt daar op en je ziet wel. Ik heb nooit echt een carrièreplan gehad. Ambitie, dat wel natuurlijk.’

Iets doen wat hij graag doet, vindt hij belangrijk. En hoe weet je nu wat je wil doen als je nooit andere dingen probeert? Uiteindelijk verander je door de jaren als persoon. Serge worstelde in het verleden met het vinden van zijn passie. Daar word je gelukkig van, zeiden ze. Hij geloofde dat maar zocht zich bij wijze van spreken suf. Hij deed vanalles. Ondertussen heeft hij geleerd dat hij zijn passie niet moet vinden maar gewoon zijn nieuwsgierigheid moet volgen. Er bestaat nu eenmaal geen ‘one size fits all’.

Kameraadschap

Zijn nieuwsgierigheid slash rusteloosheid weerspiegelt ook de start van zijn loopbaan. Na drie jaar DVN ging hij naar Professional Media Group waar hij content planning en redactie deed. Twee jaar later trok hij naar Meeting Media voor een gelijkaardige job. Nog eens twee jaar later ging hij voor BBDO werken als copywriter. En toen kwam dus de vraag of hij geen docent wilde worden.

Uit nieuwsgierigheid wilde hij dat wel eens proberen. ‘Initieel was het een halftijdse job maar er kwamen nog enkele vakken bij totdat ik een fulltime had. Ik combineerde dat met de start van mijn freelance bestaan. Hoewel dat soms op een laag pitje brandde, bleek de combinatie niet evident. Maar het lesgeven beviel mij. Ik vond het plezant om met jonge mensen bezig te zijn, hen iets bij te leren. Een reclamecampagne maken is tof en, eerlijk is eerlijk, de eerste keer dat je die in de krant ziet dan is dat de max. Maar met mensen werken, vind ik waardevoller. Of dat nu als lesgever is of in de sportsector.’

En dan legt hij een link naar zijn professioneel leven vandaag. Hij houdt ervan om in groep na te denken. Een soort kameraadschap als het ware. Die vindt hij vandaag terug bij sportsDC en BEAT Cycling Club waar we het straks nog uitgebreid over hebben. Het doet hem terugdenken aan vroeger, als gaat het er in deze organisaties als het ware aan toe zoals in een jeugdbeweging. Deel uitmaken van een groter geheel en samen een resultaat neerzetten. Of dat nu in het onderwijs is door jonge mensen naar een hoger niveau te brengen of naar een eerste job, of in de sport je club laten groeien door na te denken over bijvoorbeeld potentiële sponsors.

Hoe kwam hij dan uiteindelijk in de sport terecht, vraag ik aan Serge. ‘Mijn eerste jobs als freelancer waren alleszins niet in de sport. Ik werkte vaak voor kleine klanten zoals een brochure schrijven voor een lokale zelfstandige. Tot ik op een bepaald moment wel iets met wielrennen wilde doen, toen niet voor niets al een hele tijd mijn favoriete sport. Het viel me op dat wielerploegen alsmaar meer en professioneler gingen communiceren. De combinatie van communicatie en wielrennen sprak me snel aan. Ik stuurde flink wat mails rond, onder andere naar Daan Luijkx, toenmalig ploegmanager van Vacansoleil-DCM. Toevallig wilde het team meer met sociale media gaan doen. Op de luchthaven sprak ik dan voor de eerste keer met Daan en Frank Kwanten, de Marketing Manager van de ploeg. Daarna zagen we mekaar in Breda. En niet veel later begon ik.’

Het viel me op dat wielerploegen alsmaar meer en professioneler gingen communiceren. De combinatie van communicatie en wielrennen sprak me snel aan.

Zijn werk als docent schroef hij terug tot 60%. De combinatie fulltime docent en freelancer bleek al langer niet meer houdbaar. Voor Vacansoleil-DCM deed hij voornamelijk de sociale media en schreef hij wedstrijdverslagen. Maar nog geen jaar later, in 2013, stopte de ploeg. Een verrassing was dit niet want de naamsponsor had zijn sponsordoelstelling, internationale naamsbekendheid, overtroffen.

Serge had gelukkig een vangnet. ‘Toen Vacansoleil-DCM stopte, ging ik opnieuw 80% als docent werken. Dat is het comfort dat ik heb, dat besef ik. Ik ben voor 90% benoemd en neem dus verlof zonder wedde voor het resterende stuk vanaf 60%. Stel dat alles fout loopt, kan ik steeds terug naar 90%. Het is soms hinken op twee gedachten maar met drie studerende kinderen en een hypotheek moet ik ook zorgen voor financiële continuïteit. Mijn situatie laat toe om af en toe eens iets nieuws te proberen want ik heb een fundament.’

De domme vraag stellen

Als freelancer werkt hij vandaag voor Postman Sports Communications, een communicatiebureau in de sport met vestigingen in Londen en Gent. Hij doet er account management voor Hutchinson, een bedrijf actief in fietsbanden, beheert een deeltje van hun advertentiebudget en doet hun pr in Vlaanderen en Nederland. Ook Wavemakers is klant bij Serge. Voor hen werkt hij mee aan de pr voor Special Olympics en de European Open, een ATP World Tour 250-serie toernooi voor heren dat plaatsvindt in Antwerpen.

Wat vindt hij nu zo leuk aan werken in de sport? ‘Sport verbindt, sport brengt mensen samen. En dan heb je nog de factor topsport waar bewondering bij komt kijken. Ik ben geen tenniskenner maar sta ik naast het terrein dan vind ik dat fenomenaal. Als je werkt in de sport dan sta je op een bevoorrechte plaats. Je leert de atleten op een andere manier kennen. Vaak zijn dat ook toffe mensen.’

Serge presenteert zich niet als een fanatiekeling. Hij beklimt in zijn vrije tijd geen vijf Alpencols na elkaar, loopt de Marathon van New York niet en zwemt het Kanaal ook niet over. Hij sport in de eerste plaats om gezond te blijven. De drang naar extremen heeft hij niet. Op sociale media zie je af en toe een fotootje van een fietsrit verschijnen.

Affiniteit met sport moet je uiteraard wel hebben als je wil werken in de sport. Dat vindt hij dan weer wel. Een encyclopedische sportkennis is daarbij geen must. Zo stak Serge achter de schermen een handje toe bij de lancering van Bahamontes, het tot de verbeelding sprekende wielermagazine. In de begindagen hielp hij met advertentiewerving, schreef hij al eens een artikel en ook nu woont hij nog redactievergaderingen bij. ‘Dan zit je daar met de allerbeste wielerjournalisten aan tafel die een voor een onwaarschijnlijk veel weten van de koers. Stiekem ben ik dan een beetje jaloers op hun kennis.’

Dat hij toch wel trots mag zijn dat hij daar aan die tafel zit, zeg ik hem. Het moet zijn dat hij zijn meerwaarde heeft. ‘Ik heb geleerd dat iedereen zijn eigen rol speelt. De mijne is op dat moment de dingen van een andere kant te bekijken. De ‘domme vraag’ stellen die misschien vreemd lijkt maar wel zorgt voor een inzicht. Mensen die voor Bahamontes schrijven, zijn 100 keer beter in wat ze doen dan ik. Maar dat ik samen met hen mag nadenken, is voor mij minstens even plezant.’

‘t Blijft uiteindelijk sport. Je hebt kopmannen en spitsen die scoren. Je hebt helpers die bidons brengen en in de volgwagen zitten. Een metafoor die natuurlijk voor vele sectoren geldt, niet enkel sport.

Maar sport heeft wel de eigenschap dat ze mensen samen kan brengen. Het creëert unieke emoties. En heb je een passie voor sport dan zijn er veel mogelijkheden, vindt Serge. ‘Zie de sportsector vooral niet te eng. Die bestaat eigenlijk nog niet zo heel lang. Vroeger bestond er bijvoorbeeld veel minder aandacht voor bewegen en sport in de bredere zin. Je voelt dat de onderstroom van de maatschappij hier meer mee bezig is. Er zijn zowel klassieke sporten als nieuwe sporten: van mummy fitness (fitness oefeningen met je kind, nvdr) tot e-sports. Veel aandacht is er nu voor gezondheid, daar liggen er veel opportuniteiten en ze zullen enkel maar toenemen. Daar ben ik van overtuigd.’

Zie de sportsector vooral niet te eng. Die bestaat eigenlijk nog niet zo heel lang.

Passie voor wielrennen en de pauzeknop

Ons gesprek vindt plaats bij Serge thuis in Gentbrugge. We zitten gezellig in de tuin en ondanks dat het een warme zomeravond is, begint het plots te druppelen. Het deert niet en Serge praat gelukkig onverstoorbaar verder.

Hij vertelt, op bijna vaderlijke toon, dat als je de nieuwe Ruben Van Gucht wilt worden, de kans heel klein is dat dit jou lukt. Maar er zijn nog zoveel mogelijkheden om in de sport te werken. Het is gewoon een kwestie van breed te kijken en je nieuwsgierigheid te volgen. Ga in op voorstellen en ideeën, ook al passen ze niet in je masterplan. Te eng denken, beperkt je.

Hoe mooi werken in de sport ook kan zijn, nadelen zijn er uiteraard ook. Of ‘t is maar hoe je het bekijkt. ‘Sportevenementen vallen dikwijls in het weekend, een 9 to 5 is het dus vaak niet. Dit weekend ga ik bijvoorbeeld vrijdag, zaterdag en zondag naar de koers. En iemand die fulltime in de wielerwereld werkt, is vaak meer dan honderd dagen weg van huis. Een topsporter nog veel meer.’

Serge ontdekte zijn passie voor het wielrennen maar leerde ook de balans te zoeken. Op een bepaald moment in zijn loopbaan werd het wel héél erg druk. Dit ging gepaard met stress en deed hem beseffen dat het wat teveel werd.

In de wielersport veronderstelt men vaak dat je het pittige ritme oppikt. Het is een levensstijl en jij volgt. Maar Serge raadt aan om af en toe op de pauzeknop te duwen. Werken met topatleten kan zwaar zijn. Net daarom vindt hij het contrast met de Special Olympics zo leuk. Maar bij een topsporter moet de hele organisatie ook top zijn. Je kan en moet daarin meegaan maar moet toch leren om een grens te trekken. Een deel van je job is immers ook om de atleten te ondersteunen in moeilijke momenten. Om hun klankbord te zijn. Bij een tegenslag borrelt er al eens een discussie op, en als je niet oplet kan de sfeer omslaan. Ga je hier op de juiste manier mee om dan is het een rijkdom om te werken in de sport, weet Serge.

47 jaar is hij nu. En 47 is geen 27 merkt hij fijntjes op. Voelt hij de hete adem van de jonge concurrenten in zijn nek? ‘Tja, misschien wel. Er zijn inderdaad veel mensen die mijn werk graag willen doen. Beginnende freelancers werken soms voor een lagere prijs of zelf gratis. En in het wielrennen wordt vaak een beroep gedaan op vrijwilligers. Zonder te veralgemenen kunnen we zeggen dat wielrennen niet altijd de best betaalde sector is. Veel mecaniciens en verzorgers worden niet rijk. Soms is het een dunne lijn tussen professionalisme en amateurisme. Pas op, amateurisme in de betekenis van 'houden van iets' kan positief zijn. Maar het gevaar bestaat dat de minder positieve kant van amateurisme binnensluipt in het professionele wielrennen. Zeker voor mijn type job. Maar ik ga ervan uit dat ik toch de nodige ervaring en maturiteit aan tafel breng.’

En dan drijft zijn bescheidenheid boven. Als het tijd is voor iemand anders dan is dat maar zo, zegt hij. Misschien legt hij zich dan wel toe op het coachen van de jonge garde. Maar zolang de nieuwsgierigheid brandt, blijft hij doen wat hij graag doet.

Eén van zijn grootste uitdagingen is bij te benen met alle nieuwe trends. Boeken, online opzoekwerk, tutorials, white papers ... helpen hem daarbij maar tijd vinden om een cursus te volgen, is heel moeilijk. Levenslang leren is een open deur intrappen maar het klopt wel, zegt hij. Serge merkt wel dat vacatures voor communicatiemedewerkers wel héél uitgebreid zijn tegenwoordig. Hij stelt zich soms de vraag of iemand écht goed kan zijn in heel veel verschillende dingen.

BEAT Cycling Club & SportsDC

In 2016 komt Serge Geert Broekhuizen tegen. Die heeft een plan. En zoals dat in het wielrennen vaak gaat, raken Geert en Serge aan de praat.

Serge is nog maar pas begonnen bij bij het pro-continentale wielerteam Wanty-Gobert maar Geert wekt, hoe kan het ook anders, zijn nieuwsgierigheid. ‘We praatten over hoe jammer het was dat na het afhaken van Vacansoleil de ploeg stopte en er ineens zestig man op straat stond. Zou er geen manier bestaan om meer duurzaamheid in het wielrennen te brengen, vroeg Geert zich af. Hij had het idee om een profteam te starten dat met een clubstructuur werkt. Net zoals in andere sporten eigenlijk. Er gaapt vandaag een kloof tussen de plaatselijke wielerclubs, de wielerfans en de professionele teams. Als we nu eens een piramidestructuur opzetten met de profrenners als topje en een ledenstructuur als basis.’

Meteen was Serge gewonnen voor het idee: de afhankelijkheid van sponsors verminderen en vervangen door activatie van leden. Waarom was niemand hier eerder op gekomen, vroeg hij zich af.

Hij geloofde in het model, ook deels omdat hij bij Vacansoleil-DCM zelf de keerzijde van het huidige businessmodel in het wielrennen had meegemaakt. Als wielerploeg heb je immers geen inkomsten uit televisierechten, geen ticketverkoop of merchandising. Hij besloot om zijn werk bij Wanty-Gobert te stoppen en mee te bouwen aan BEAT Cycling Club.

Ondertussen bestaat de club drie  jaar. En het model werkt. ‘We zijn niet naïef: een sponsor zal altijd nodig zijn. Maar vandaag slagen we er wel al in om een derde sponsorinkomsten, een derde clubinkomsten en een derde inkomsten uit activatie van leden en fans te krijgen. Da’s een hele mooie verhouding. De activaties focussen zich voornamelijk op het helpen van de actieve fietser. We bieden fietsreizen aan, trainingsschema’s, voedingsbegeleiding, fietspositionering ... Ook de komende jaren zetten we hier verder op in.’

BEAT Cycling Club is een club met een continentale wielerploeg, in de Tour de France zie je ze dus nog niet. In het baanwielrennen hebben ze een ploeg met enkele olympische en wereldkampioenen. Nicky Degrendele, winnares van de Kristallen Fiets in 2018, is een van hun toppers. Qua ledenaantal klokken ze op dit moment af op 2.200 leden.

De ambitie is om in de toekomst door te groeien naar een pro-continentale ploeg en wie weet ooit, zelfs World Tour ploeg. ‘Voor die reuzenstappen moet je soms even naar sponsors kijken. Het is het verhaal van de kip en het ei. Om de club te laten groeien moet het team bekender worden en omgekeerd. We kijken naar sponsors om de volgende stap te kunnen zetten maar totale sponsorafhankelijkheid proberen we zeker te vermijden.’

Het is het verhaal van de kip en het ei. Om de club te laten groeien moet het team bekender worden en omgekeerd.

En dan zie ik enkele weken na ons gesprek op sociale media verschijnen dat BEAT Cycling Club een nieuwe hoofdsponsor heeft: BinckBank. Op hun website lees ik dat dit de eerste hoofdpartner is die zijn vertrouwen uitspreekt in de club. Een mooie demarrage in de groei van de club.

De recente demarche van de UCI om commerciële baanploegen, zoals BEAT Cycling Club, te weren en het zwaartepunt van het baanseizoen te verleggen naar de zomer en het najaar, is echter een tegenslag. BEAT Cycling Club antwoordde met een open brief. En op hun website kan je ook een petitie ondertekenen tegen het initiatief.

Vernieuwing brengen in het, soms vastgeroeste, wielerwereldje is geen evidentie. En vaak moet het met beperkte middelen. ‘Vele activaties bij BEAT Cycling Club doen we zelf. En dat is het nadeel van dit model. Je hebt mensen nodig om de club uit te bouwen, het is niet enkel een wielerploeg managen. Vandaag hebben we een zestal mensen vast in dienst, aangevuld met enkele stagiairs, freelancers en losse vrijwilligers. Een amalgaam van mensen.’

Zelf is Serge gemiddeld een tot twee dagen per week bezig voor BEAT Cycling Club. Voornamelijk in het weekend. In de winter is het uiteraard kalmer. Gelukkig maar want een nieuw project diende zich onlangs aan.

In Gent broedden enkele creatievelingen op een plan. Ze wilden een marketingbureau starten dat er écht is voor de sport en meedeinen op het groeiende belang van sport in de maatschappij. SportsDC, Creative Capital of Sports Marketing, ontstond enkele maanden geleden in de schoot van Clouds, een evenementenkantoor van Matthias Lievens en Sebastien Boi en het creatieve branding agency Dift van Yves Drieghe en Bert Pieters.

Serge geeft grif toe dat hij té benieuwd was om ‘nee’ te zeggen toen ze hem vroegen om samen te werken. ‘Als je een beetje interesse hebt in sport en je krijgt zo’n kans dan wil je dit doen. Het concept spreekt mij enorm aan. En met het evenement WILL konden ze al een mooie referentie neerleggen. Ook de campagne rond Koen Naert was een knap project.’

En zo voegt hij opnieuw een lijntje toe aan zijn LinkedIn profiel. Ik stel hem de allermoeilijkste vraag van de avond. Wat als hij zou moeten kiezen? ‘Tgoh… Misschien zet ik dan toch mijn lesgeverschap tijdelijk op een lager pitje. Niet omdat ik dat het minst graag doe maar ik doe het ondertussen al een tijdje. Freelancer zijn, verrijkt mijn lessen. Die kruisbestuiving is leuk maar na twintig jaar zou ik eerder neigen richting BEAT Cycling Club en sportsDC. Maar vraag mij niet te kiezen tussen deze twee.’

Ik ben tevreden met wat ik doe, zegt hij. En toch doet hij misschien ooit eens iets volledig anders, dat sluit hij zeker niet uit. Want, besluit hij ons gesprek, eigenlijk weet hij nog steeds niet wat hij later wil worden.

Volgende keer: Lisa De Croocq (Sponsoring Manager bij RSC Anderlecht)

Pieterjan Blondeel

De boekenkast van Serge:

  1. Kafka op het strand - Haruki Murakami
  2. Merckx - getuigenissen van Jan Wauters
  3. Ons feilbare denken - Daniel Kahneman

ID-kit:

  • Leeftijd: 47 jaar
  • Studies: Vertaler - Tolk met postgraduaat Bedrijfscommunicatie
  • Job: Freelance communicatieprofessional en docent
  • Quote: ‘Forget about passion, follow your curiosity.’
  • Link naar LinkedIn profiel


Plaats een reactie

Reacties op dit artikel

Hallo, ik wilde eventjes meegeven dat de link naar LinkedIn profiel niet klopt :)

Groetjes,
Michèle

Gepost op 08 augustus 2019 door Michèle Vandenbunder

Reageer op dit artikel

Wordt niet weergegeven op de website.